COPD-patiënten hebben nog wat in te halen door de rookvrije horeca
De rookvrije horeca boort sinds 1 juli een nieuwe doelgroep aan, een verloren doelgroep. De rode loper is uitgerold voor COPD-patiënten. Voor mensen als Lidy Freriks (55), die eigenlijk vaarwel had gezegd tegen het horecaleven. “Met een longinhoud van 30% kan ik het me niet veroorloven om in de rook te zitten.”
Eigenlijk wist Lidy tien jaar geleden al dat er iets niet goed zat, maar op wilskracht bleef ze haar werk als schoonmaakster (25-30 uur per week) en het huishouden doen. Met als resultaat dat ze iedere dag helemaal uitgeput was.
“Op die 30% longinhoud moet ik zuinig zijn”
Pas drie jaar geleden werd er officieel geconstateerd dat Lidy COPD heeft. Haar leven veranderde van de ene op de andere dag. Na veertig jaar stopte ze abrupt met roken. Achteraf is het eigenlijk onbegrijpelijk dat ik al die jaren heb doorgewerkt”, stelt ze vast. “Nu moet ik iedere dag keuzes maken. Ga ik de ramen lappen, dan kan ik die dag niet koken. Je houdt er voortdurend rekening mee. Op die 30% moet ik natuurlijk zuinig zijn, het is een stok achter de deur. Ik sport bijvoorbeeld ook een à twee keer per week, onder begeleiding.”
“Ik heb nog wat in te halen”
De mensen in haar omgeving schrokken er erg van om te horen dat de longaandoening bij Lidy al zo ver was gevorderd. Dat horecamens Lidy - die zelfs een periode als serveerster en bardame werkte - plotseling geen cafés en restaurants meer kon bezoeken. “Alleen al in juli van dit jaar ben ik vaker uit eten geweest dan in de drie jaar ervoor. Ik heb natuurlijk ook nog wat in te halen!” Horecaondernemers moeten volgens de voormalige bardame en serveerster niet zeuren over de nieuwe regel. “Ze konden het lang van tevoren aan zien komen. En de kleine ondernemer gaat er echt niet van ten onder hoor. Allemaal onzin. Zet buiten een tafeltje en een parasol neer en je bent klaar.”